klik voor groot
 

Johanna Madeleine van Malapert

1758-1831.

Engelberta Elisabeth de Godin (1716-1771) was de kleindochter van "onze" Engelberta van Brienen. Ze trouwde met Lodewijk van Malapert (Heer van Jutphaas en Plettenberg), wiens eerste vrouw was overleden en 6 kinderen met haar had van 8 tot 15 jaar.
Ze woonden in kasteel Plettenburg in Jutphaas. Zie afbeelding links.

Na 3 jaar kregen ze een dochter (kind nummer 7 in het gezin) en noemden haar Johanna Madeleine.

Toen Johanna Madeleine 13 jaar was overleed haar moeder.
Toen ze 21 jaar was verloor ze haar hart aan Johan Krüger, koetsier bij de Graaf van Rechteren. Deze voorgenomen verbintenis was zeer tegen de zin van haar vader, als zijnde "beneden het Fatcoen van zijne Familie", maar zijn bezwaren mochten niet baten.

Johan Krüger, zijn beroep getrouw, ontvoerde zijn bruid per sjees en trok met haar naar Rheinberg in Duitsland, waar zij ook huwden. Haar vader stelde nog pogingen in het werk zijn dochter op te sporen om haar, zoals uit de acten blijkt, in een "verbeterhuys" op te sluiten, maar zonder resultaat.
Prompt heeft hij haar daarna onterfd. Als we nu zien, dat alleen zijn roerend goed op bijna een ton werd geschat (in 2012 kwam dat ongeveer overeen met €5 miljoen), valt te berekenen, wat Johanna Magdalena op het spel zette, door de ingeving van haar hart te volgen.
Wat contanten betreft, werd zij overigens weer wat schadeloos gesteld door het moederlijk erfdeel.
Zij moge dan, terwille van haar liefde, betrekkelijk arm zijn geworden aan stoffelijke goederen, daar tegenover staat, dat zij rijk was aan nakomelingen, waartoe ook de schrijver dezer regelen behoort. J.J.G. KRANEN.
Hun huwelijk is 4 jaar later, in 1783, in de Domkerk te Utrecht, bij representatie bevestigd.